Sion

Sion

> tweede-wereldoorlog

Zoekresultaten

13-11-2003 Sion
In het laatste kwartaal van 1944 ging de Duitse Wehrmacht over tot grootschalige razzia's op jongens en mannen van 17 tot 50 jaar. Lees het verhaal van een van hen.

Razzia's

In het laatste kwartaal van 1944 ging de Duitse Wehrmacht over tot grootschalige razzia's op jongens en mannen van 17 tot 50 jaar.
23 Oktober was Hilversum en 24 oktober waren Bussum en Naarden hun doelwit. Vooral in de Vesting zat iedereen in de val. Het scheelde weinig of mijn vader was, ondanks zijn 53-jarige leeftijd, meegenomen. Dankzij 'onmisbaarheid in verband met de voedselvoorziening' kwam hij vrij. Degenen, die toen zijn meegevoerd kunnen deze mensenjacht beter beschrijven.

Nadat het Duitse leger deze 'acties' beproefd had in kleinere en middelgrote steden was Rotterdam aan de beurt. Hier werden, op vrijdag en zaterdag 11 november, bij een grootscheepse razzia 50.000 mannen vastgenomen. Een groot deel van hen werd nog dezelfde dag afgevoerd. Het wegvoeren gebeurde te voet, per schip of per trein.

Treintransport

Bij de teintransporten werden de mannen in goederen- en veewagens gepropt. Zwaar bewaakt vertrok de trein met zijn hongerige en dorstige 'passagiers' in overvolle smerige wagons.
De langdurige reis, gevolg van de heersende wantoestanden en omwegen, werd soms onderbroken. De plaatselijke bevolking maakte daarvan gebruik om voedsel en drinken te brengen. In Hilversum konden op die manier 600 mannen met behulp van de omwonenden ontsnappen. Hoe zo'n treinreis verliep beschrijft een van de mannen aldus:

" K. was Zaterdag 11 November uit Rotterdam vertrokken en kreeg 's Zondags van de bevolking in Narden-Bussum eten en drinken. Dezelfde dag reden de mannen van zijn trein verder. Zij kregen niet eerder dan Dinsdag 14 November in Hagen (Dld.) een beker koffie en een bordje soep (grauw water). De volgende dag, eveneens te Hagen, werd nogmaals een bord soep verstrekt. Op de verdere tocht kreeg men niet eerder dan op 17 November 's avonds in Neurenberg 2 broodjes (kuch) voor 3 man".
De Rotterdammer lieten uit dankbaarheid jegens de lokale bevolking de volgende advertentie op 15 November in de Naarder Courant zetten:

12 Nov. 1944
Hartelijk bedankt aan de Naarden-Bussummers
voor de vele goede en groote gaven aan de Rotterdammers
Wagon No. 58881

Hieronder volgt het relaas over zo'n Rotterdammer, met als eindbestemming van zijn reis Naarden-Bussum.

Ontsnapping te Naarden-Bussum

Bovengenoemde trein met Rotterdammers stopt achter de Juliana van Stolberglaan. Mensen uit Bussum en Naarden snellen toe om te helpen. Ook mijn achttienjarige zus Corrie is aanwezig. Uit de trein komt een grote groep mannen, begeleid door zwaar bewapende Duitsers. De troep, die langs sjokt, blijkt op weg te zijn naar het Majellaziekenhuis. Ze hebben zich ziek gemeld. Een kans om afgekeurd te worden maken zij niet bij de wehrmachtartsen.

Veel vrouwen lopen met de droeve stoet mee. Een jongen van achttien jaar klampt mijn zus aan. Hij fluistert haar toe dat hij niets mankeert. Daarna gaat alles snel in z'n werk. Een wilvreemde mevrouw staat spontaan aan Corrie haar fiets af (in de hongerwinter een noodzakelijk en onontbeerlijk vervoermiddel).

Zij neemt zelf de koffer met kleren van de jongen over, zodat hij minder in de gaten loopt. Onopvallend springt de jongen achterop de fiets. Corrie rijdt met hem naar de Vesting. Een kwartier later stapt een verkleumde jongeman onaangekondigd onze boerderij binnen. Hij stelt zich voor als Jaap van Dijk en hij is welkom. Eerst valt hij aan op het aangeboden voedsel. Daarna vertelt de nieuwbakken onderduiker over de razzia in Rotterdam.

De onderduik

Om Jaap's ouders gerust te stellen wordt door ons contact gezocht met ons kennisje Henny, die in de Maasstad woont. Zij is voorjaar 1940 bij ons geweest als 'Rotterdammertje' na het grote bombardement aldaar. Veiligheidshalve lichten wij de familie Van Dijk via Henny in.

Ook doen we voorzichtige pogingen om de, toen kostbare, fiets weer terug te geven. Een vage advertentie wordt in een lokale krant geplaatst. De advertentie in de Gooi- en Eemlander van 21 november 1944 luidde:

Wil dame met pakje, die aan 2 meisjes Zondag 12 Nov. te Naarden fiets leende, zich vervoegen St. Annastraat 41 Naarden?

Een reactie blijft uit, zodat Jaap ook zijn koffer met kleren nooit terug ziet. Naast Jaap hebben we nog drie jonge evacuees uit Gennep in huis. Er moeten dus heel wat monden gevoed worden. Jaap probeert wel behulpzaam te zijn bij de aanmaak van brandhout. Daartoe worden boomstammen op de zaagbok tot blokken gezaagd en vervolgens met de bijl gekloofd. Kolen zijn er niet meer en de gasvoorziening is 1 november gestopt. Ook lost Jaap soms een van ons af bij het eentonige karnen. De room uit de zure melk wordt in een melkbus tot boter gestampt. Als stamper dient een houten schijf voorzien van gaten, bevestigd aan een lange stok. Het meeste werk vergt echter handigheid en ervaring.

Van de kleine hoeveelheid roggeschoven op de zolder, moeten er regelmatig enkele met de hand gedorst worden. (een voor de oorlog uitgestoven stiel). De ratten in het roggestro vreten niet alleen een deel van de oogst op, ze vervuilen het ook. 's Avonds worden dan ook de roggekorrels bestemd voor de ochtendpap, op de tafel uitgespreid. Rondom de tafel zitten de opgeschoten jongelui, waaronder Jaap, de rattekeutels stuk voor stuk te verwijderen. Voor de verlichting zorgen brandende drijvertjes in met patentolie gevulde schaaltjes, want de electriciteit is sinds 10 oktober in Noord-Holland afgesneden.

Zo samen is het toch nog gezellig. Zelfs oudere buurjongens, ontkomen aan de razzia, trotseren de 'sperrtijd' om ook aanwezig te zijn.
Soms blaast iemand de verlichting uit en geeft steevast de schuld aan de jongste zoon des huizes. Onder het uitzoeken door wordt gekletst, vooral over het verloop van de oorlog. Soms circuleert er een illegaal blaadje of een op de Meent gevonden 'Vliegende Hollander'.

De avonden duren echter nooit lang, we gaan vroeg naar bed. 's Morgens voor dag en dauw, moet de kostwinner op om de koeien te melken. Bovendien moet spaarzaam worden omgesprongen met de kleine hoeveelheid hout voor de kachel. Voor onderduiker Jaap is dit een heel ander leven dan hij gewend is.

Onder het paardenvolk

In deze periode hebben de Duitsers van de Vesting een paardenlazaret gemaakt. Gewonde paarden worden hier opgelapt. Een aantal wordt in bruikleen gegeven aan de vestingboeren, waarvan de Duitsers de gezonde paarden gevorderd (gestolen) hebben. Twee van deze oorlogsinvaliden staan in onze paardenstal.

Deze patienten worden regelmatig door een militaire veearts gekeurd. Ook oudere Oostenrijkse hospikken van het paardenvolk houden een oogje in het zeil. Ze komen bij ons niet verder dan het erf en de stal, maar toch raken we noodgedwongen met hen in contact. Ook onze onderduiker. De soldaten hebben we wijsgemaakt dat hij een van de zevenhonderd evacuees is, die in Naarden zijn ondergebracht. Als HBS-er spreekt Jaap een aardig mondje Duits. Door zijn branie laat hij zich verleiden tot een dolle stap. Hij gaat met één van de soldaten mee naar het hol van de leeuw, de Promerskazerne.

Na 'sperrtijd' wordt hij teruggebracht. Vol bravoure bluft hij, samen met de soldaat, notabene naar de Engelse zender geluisterd te hebben.
Na een wekenlang verblijf in Naarden verlangt Jaap naar huis. Via de illegaliteit wordt hij naar Rotterdam gebracht. Dezelfde dag waarop Jaap vertrokken is, komt zijn vader bij ons aan. Hij heeft een afschuwelijke koude reis achter de rug. Eerst met de boot naar Amsterdam en vandaar lopend naar Naarden. Als voedsel voor onderweg heeft hij een weckpot met bruine bonen meegenomen. Twee dagen blijft hij bij ons om bij te komen, daarna gaat vader Van Dijk op de 'geleende' fiets naar huis.

De recruut

Na de bevrijding horen we de eerste jaren niets van onze onderduiker en zijn ouders. In het garnizoensstadje Naarden vinden veranderingen plaats. Na de Duitse bezetters, verlaten nu ook de Canadese bevrijders de Promerskazerne. Maart 1946 verrijst op het Promersplein een schutting. Men zegt, dat in de 'Promers' gevangen SS-ers komen. De gedetineerde NSB-vrouwen uit de Weeshuiskazerne worden echter in februari per boot op transport gesteld naar Weesp. De 'Weeshuis' wordt ingericht om dienstplichtigen op te leiden voor hun 'taak' in Indonesië. De eerste lichting verlaat 29 oktober Naarden om ingescheept te worden.

Een neef ligt als sportinstructeur in de Weeshuis en vertelt dat bij de nieuwe lichting veel Rotterdammers zijn. En warempel, zondag 17 november staat onze voormalige onderduiker voor de deur (praktisch 2 jaar na zijn eerste komst). Jaap is recruut en mag de kazernepoort niet verlaten. Hij heeft echter een verlofpasje om op eigen gelegenheid een uurtje naar zijn kerk te gaan. (lotgenoten van grotere kerkgenootschappen worden onder geleide afgemarcheert naar hun kerk). In plaats van de kerk bezoekt hij ons.

In de kamer heft hij een klaagzang aan over de zware opleiding. Zoiets valt verkeerd bij mijn vader en die zegt: "Ben jij nou een Hollandse jongen?" Een paar dagen later komen ook de ouders Van Dijk bij ons op bezoek. Ze willen de kapitein van Jaap spreken om zich te beklagen over alles wat hun zoon wordt aangedaan. Bovendien zullen ze alles ondernemen om hun 'enigst kind' in Nederland te houden. Het gevolg is, dat Jaap voor de tweede maal de dans ontspringt. Indonesië heeft hij nooit gezien en wij hebben verder niets meer van hem vernomen.

Bron:
B.A. Sijes, Razzia van Rotterdam.

VHNO9307.OND DE OMROEPER, JULI 1993, JRG. 6, NR.3 [PAG. 115/119]

Auteur Dhr. F.J.J. de Gooijer.
http://gooijer.netfirms.com
Copyright: Dhr de Gooijer.

Reacties op dit artikel -- -- Copyright: Sion